Lesbos:
groen en ongerept
Mysterieuze
kastanjebossen, uitgestrekte naaldwouden, ruige bergketens en een grillig
gevormde kustlijn: het groene, vruchtbare en dunbevolkte Lesbos is een waar
wandelparadijs.
Het behoort tot de Noord-Egeïsche eilanden, ligt vlak voor de Turkse
kust, heeft 88.000 inwoners en is met zijn 1630 vierkante kilometer het op
twee na grootste eiland van Griekenland.
Het eiland heeft twee grote baaien, waardoor zijn vorm op een platanenblad
lijkt, vruchtbare laagvlaktes met zoutpannen en wetlands, een versteend
woud, 20 miljoen jaar geleden door een vulkaanuitbarsting ontstaan, en twee
bergmassieven die tot bijna 1000 meter reiken.
Ondanks zijn vele schitterende stranden is Lesbos geen bekende vakantiebestemming.
Het weinige massatoerisme dat er is beperkt zich tot een klein aantal plaatsen,
en zelfs daar doet het in niets denken aan de - vooral architectonische -
uitwassen zoals die op veel andere Griekse eilanden voorkomen.
De bevolking houdt zich voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt: door
de bergen trekken gigantische schaapskuddes en de heuvels zijn bedekt met
zo'n 11 miljoen olijfbomen. Lesbos is dan ook een belangrijk producent van
kaas en olijfolie.
Het eiland werd onsterfelijk gemaakt door de poëzie van Sappho, naamgeefster
van de Lesbische liefde, die al in de 7de eeuw voor Christus de schoonheid
van haar geboortegrond bezong. Een schoonheid die 2700 jaar later nog steeds
adembenemend is.
Cultuur: architectuur en volksfeesten
Lesbos
heeft een bijzonder interessante geschiedenis; veel bezetters lieten er hun
sporen na: tempels uit de oudheid, Romeinse aquaducten, Byzantijnse kloosters
vol schitterende iconen, imposante Genuese forten, Turkse moskeeën en
fraai beschilderde oriëntaalse herenhuizen. De indrukwekkende 19de-eeuwse
huizen van hoofdstad Mytilíni, met 30.000 inwoners een bruisende stad
vol allure, zijn uniek voor Griekenland, maar ook veel andere stadjes en dorpen
op het eiland hebben hun originele architectuur grotendeels intact weten te
houden.
Natuurlijk heeft ook op Lesbos de moderne tijd zijn intrede gedaan, met internet,
email en mobiele telefonie. Toch is de bevolking nog zeer traditioneel: oude
recepten worden van moeder op dochter doorgegeven, gebruiken en volksfeesten
in ere gehouden. Er gaat dan ook geen week voorbij of er is wel ergens een
processie, een offerfeest of een paardenrace in traditioneel kostuum.
Natuur: bloemenweelde en vogelparadijs
Door
zijn gunstige klimaat en bodemstructuur heeft Lesbos een flora die tot de
rijkste van de wereld behoort. De filosoof Theophrastos, die in de 4de eeuw
voor Christus op het eiland leefde en beschouwd wordt als de grondlegger van
de botanische wetenschap, beschreef er een groot aantal planten. Tot nu toe
zijn er ruim 1400 soorten bekend, en vooral in het voorjaar is het eiland één
geurige botanische tuin vol kruiden, klaprozen, wilde tulpen, anemonen en
meer dan 60 verschillende orchideeën. Met de zomer en het najaar komt
de tijd van de vruchten: de vijgen en de perziken, de granaatappels en de
kweeperen, de amandelen en de walnoten.
Eekhoorns, vossen, hagedissen, schildpadden en slangen behoren tot de fauna van het eiland, en verder natuurlijk de vogels. Omdat Lesbos op een belangrijke migratieroute ligt zijn er rond de vele rivieren, poelen en wetlands in voor- en najaar duizenden trekvogels te zien. Maar ook de rest van
het jaar is het aantal waargenomen soorten spectaculair: zo'n 325 zijn er inmiddels geregistreerd, van Kortteenleeuwerik tot Purperreiger, van Balkansperwer tot Roodpootvalk, van Wespendief tot Slangenarend. Lesbos als vogelparadijs is dan ook een belangrijke bestemming voor liefhebbers – amateurs en professionals - uit de hele wereld.
Maar Lesbos is natuurlijk vooral ook wandelparadijs, dankzij het natuurschoon én de vele honderden kilometers kalderímia - eeuwenoude, geplaveide ezelspaden - die nog maar ten dele zijn herontdekt en geleidelijk weer voor de wandelaar begaanbaar worden gemaakt.