home | werkwijze | lesbos | wanneer | bestemmingen | arrangementen | reacties | nieuws


Home > Reacties > Ben Bongers, Sittard
Pagina afdrukken E-mail


Juweel van industriële archeologie
In het kader van ons project Olijven oogsten op Lesbos verbleef Ben Bongers van 8 tot 23 november 2009 op Lesbos.
Over zijn ervaringen schreef hij een uitgebreid verslag voor het Limburgse IVN-blad 'Het Steenuiltje'. Hier een ingekorte versie van zijn verhaal.

Olijven oogsten op Lesbos
Olijven oogsten, dat was wat ik nog een keer in mijn leven gedaan wou hebben, en dit jaar was het zover! Tijdens vakanties in mijn werkzame bestaan, meestal op weg naar resten uit een ver verleden, kwam ik langs vele olijfgaarden, door het gezwoeg van generaties geworden tot wat ze nu waren: onregelmatige rijen van grillige, knoestige bomen, op vlak terrein of tegen een berghelling op en, in het laatste geval, op terrassen die begrensd worden door gestapelde muurtjes waaraan talrijke handen hun bijdragen hebben geleverd.
Zo zag het er ook uit op Lesbos. In mei van dit jaar had ik er gewandeld, in november keerde ik er terug: 11 miljoen olijfbomen (126 bomen per bewoner) wachtten op mijn komst!

Olijfbomen
Volgens de oude Grieken is er een eerste olijfboom geweest. In een mythisch verleden werd hij door de godin Pallas Athene geschonken aan de Atheners. Die vonden het, toen de godin hun eenmaal had geleerd hoe zij de olie moesten winnen, een prachtig cadeau. Je kon er van alles mee: lampen branden, voedsel bereiden, de huid masseren en schoonmaken of verfraaien.
Al in de oudheid waren in de Middellandse-Zeewereld uitgebreide landgoederen bedekt met olijfgaarden.
Uit latere tijden, zo rond 500 voor Christus, zijn her en der vaasschilderingen aangetroffen van mannen die de olijven oogsten en dat op exact dezelfde manier doen als nu, 2500 jaar nadien: met een stok (van kastanjehout) rammel je tegen de takken.

Lesbos
De ouderdom van de olijventeelt op Lesbos blijkt onder meer uit de vondst van een olijfpers uit het derde millennium voor Christus.
In de winter van 1850 werd de olijfcultuur op het eiland echter getroffen door een ramp. Toen het leek alsof het voorjaar al was begonnen en de sapstroom op gang was gekomen, viel alsnog een uitzonderlijk strenge winter in. Weinig bomen overleefden het. Zoals de geschiedenis wel vaker opmerkelijke wissels trekt, is het ook in dit geval achteraf wonderbaarlijk te zien hoe de ontwikkeling ten goede keerde: rond 1900 beleefde de olijfcultuur (na de ramp was het dode hout als houtskool te gelde gemaakt en waren de lege gaarden opnieuw beplant) haar hoogtepunt. De ouderwetse, door waterkracht aangedreven molens werden vervangen door vanuit Smyrna (nu Izmir) ingevoerde stoommachines. Daarvoor werden de grote loodsen gebouwd die nu in ieder dorp vanuit de verte herkenbaar zijn en waar op coöperatieve basis de olijven werden en worden verwerkt tot olie. In 2006 werd zo’n juweel van industriële archeologie omgebouwd tot een alleraardigst museum. Van de welvaart die Lesbos in die dagen kende getuigen ook de in neoklassieke stijl gebouwde scholen en particuliere huizen op het eiland.

Oogstervaringen
Olijven nemen de tijd om af te rijpen. Ergens in september-oktober beginnen de eerste vruchten te kleuren. Van groen worden ze uiteindelijk donkerblauw.
De oogst was dit jaar precies op het tijdstip dat ik arriveerde begonnen: 9 november werden de eerste zakken aangeleverd bij de olijfpers van Skála Sikaminéas, het dorpje aan de noordkust waar ik logeerde bij Jórgos en Afrodíti.
Het oogsten geschiedt met behulp van netten die op de grond worden uitgespreid. Met stokken worden de vruchten vervolgens van de takken getikt, gerammeld of, desnoods, geslagen. Als men de stok parallel houdt aan de tak waaraan de vruchten zitten is het effect het grootst en dwarrelt er niet teveel loof naar beneden – dat moet je er dan weer uitrapen. Om er goed bij te komen moet men soms in de boom klimmen, hetgeen ik maar beperkt heb tot een hoogst enkele keer.
Dagelijks bietste ik een donkerblauw gerijpte olijf. Heel duidelijk was de olie te proeven en een bittere stof die je nog lang in de mond had. Jórgos vertelde dat olijven die tot in maart door de vogels met rust worden gelaten en dan door en door rijp worden pas écht goed smaken.

Kaas en vijgen
Gelukkig hoefde ik me niet uit de naad te werken, want de olijfgaarden van Jórgos sloegen toevallig allebei tegelijk een jaartje over wat productie betrof – samenloop van omstandigheden.
Geen nood, er waren vrienden om de helpende hand te reiken: Australische Jánnis, ter plaatse ook bekend als Kangoeroe-Jánnis, die de ene helft van het jaar in Australië en de andere op Lesbos woont. Evenals zijn neef, ook al Jánnis geheten, bezit hij uitgebreide olijfgaarden. De een is 65, de ander 71, maar beiden klimmen nog vrolijk de bomen in.
Broer/neef Vassílis, die op zondagen de rechterhand van de pope is, leerde mij intussen het nieuw-Griekse woord voor de haan (pettinós) die kraaide, en onderhield mij over de rol van de haan in het Nieuwe Testament. En Mariánthi, echtgenote van Australische Jánnis gaf, als ze niet in de gaard was, het verweesde geitebokje, een vondeling waarover ze zich had ontfermd, de fles.
Gewerkt werd er van tien tot twaalf, waarna we schaftten onder de olijfbomen. Hele brokken ladotyrí, in olie ingelegde kaas aten we, en met walnoten gevulde vijgen. Na nog een uurtje werken liep het dan tegen tweeën: de hoogste tijd om de werkdag te beëindigen.
In de vroege avond zagen we elkaar terug in het kafeníon van het hoger gelegen Sikaminéa, moederdorp van Sikaminéas. De gemiddelde leeftijd in het etablissement werd nog verhoogd door de aanwezigheid van een 96-jarige, levend bewijs van de kwaliteit van de olijfolie.

Vloeibaar goud
Op andere dagen ontdeden we de stammen van Jórgos’ niet-dragende bomen van wilde scheuten (volgend jaar geweldige oogst!) of gingen we gezamenlijk paddestoelen zoeken.
In Jórgos’ jeugd was het land in deze tijd van het jaar vol leven. Nu zie je olijfgaarden die bij gebrek aan mensen worden verwaarloosd. Dat wordt mede in de hand gewerkt door het feit dat elders de productie veel economischer kan worden aangepakt.
Bovendien is de wereldproductie in 2008 met 9,1 % gestegen, wat ongunstig is voor de prijs die de producent krijgt. Maar belangrijker is hier te noteren dat de olijfolie van Lesbos van een bijzondere kwaliteit is en van de Europese Unie het predikaat product met beschermde geografische aanduiding kreeg.
Met anderhalve liter van dit vloeibare goud van Lesbos in het koffer stapte ik op het vliegtuig, een ervaring rijker.
Wie volgend jaar olijven wil gaan oogsten op Lesbos kan boeken bij Lopen op Lesbos; men logeert in een uitstekende kamer in Skála Sikamineás en krijgt zeer goede reisinformatie mee.

Lesbos, 8 – 23 november 2009

Geïnteresseerd in het arrangement Olijven oogsten op Lesbos? Kijk op onze pagina arrangementen.

 

Ben Bongers en gastheer Jórgos
Ben Bongers en gastheer Jórgos

ezel Panagiótis
ezel Panagiótis

Jórgos, <em>Kangoeroe-Jánnis</em> en broer Vassílis
Jórgos, Kangoeroe-Jánnis en broer Vassílis

Marianthi
Marianthi

olijfpers Mantamádos
olijfpers Mantamádos

Museum van de Olijfolieproductie
Museum van de Olijfolieproductie

coöperatieve olijfpers Skála Sikaminéas
coöperatieve olijfpers Skála Sikaminéas

interieur olijfpers
interieur olijfpers

interieur olijfpers
interieur olijfpers

vloeibaar goud
vloeibaar goud

Reacties?
Laat anderen delen in uw reiservaringen met LOPEN OP LESBOS.
Stuur een reactie, impressie of reisverslag met foto's naar info@lopenoplesbos.nl.
Wordt uw reactie geplaatst, dan ontvangt u als dank een fraai uitgegeven Nederlandstalig boekje over de schelpen op Lesbos.


boeken | vliegtickets | verzekeren | voorwaarden | garantiestelling | copyright | contact